15 april 2018

Pizza met oranje paprika en pesto crème



Dit was erg simpel, maar verrassend lekker! Meneer was de hort op, dus wij aten even simpel en ik maakte hier soep bij. Nu maak ik altijd zelf mijn pizzadeeg, maar ik had een luie dag en was op het blog altijd wel positief over die kant-en-klare rollen pizzadeeg, dus vooruit met de geit; ik koop ook eens zo’n rol. Maar daar moet je verdorie met een lichtje naar zoeken bij de AH! Uiteindelijk kwam ik thuis met een rol flammkueche-deeg. Ook lekker, maar een stuk dunner dan pizzadeeg.

Pizza met oranje paprika en pesto crème

1 rol koelvers pizzadeeg (ze zijn ongeveer 20 x 30 cm)
1 oranje paprika
200 gr crème fraiche
1 el groene pesto
zout en peper
1 bol mozzarella van 125 gr, in stukjes


Snij de paprika in plakjes en bak deze in wat olie zacht.
Roer de crème fraiche los met de pesto en breng het op smaak met zout en peper. Rol het deeg uit en besmeer het met de crème fraiche. Leg daarop de paprika en verdeel de mozzarella in stukjes erover heen.

Bak de pizza bruin en gaar op 200 graden (180 graden hetelucht).

Het oog wil ook wat; een beetje verse kruiden erop is mooi en het uiensmaakje van bieslook of daslook past er ook nog eens erg goed bij.


8 april 2018

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen


Weet je wat heerlijk is om bij in slaap te vallen? Iemand die op monotone wijze iets heel saais verteld. Zo lekker slaapverwekkend wauwelend… Iets over kansberekeningen, of over oude lagen zeeklei, of veeteelt in Nederland in de periode van 1960 tot 1970. Wie zich hierin herkent (degene die de slaap wenst dus), moet ’s avonds eens kijken naar YouTube filmpjes van chef Peter Gordon. Peter ziet er wat stoffig uit en kan niet lachen, geloof ik. Als hij een eitje bakt, doet hij dat met een volkomen uitgestreken gezicht en stem. Er zit geen plezier bij, maar zeker ook geen onwil. Maar ik begrijp wel waarom de tv-carrière van Peter nooit echt een vlucht heeft genomen. Maar wat nou vervelend is: ik gun het die man zo… Het is namelijk wel een erg goede chef.


Hierbij de link in het geval je dit filmpje niet kan zien.

Peter Gordon is een Britse chef, met restaurants in London, maar hij is afkomstig uit Nieuw Zeeland, en hier amper bekend. Met acht kookboeken schijnt hij wel enige naam te hebben opgebouwd, en dan vooral als fusion chef. Gordon is een ster in het bijeenbrengen van onwaarschijnlijke ingrediënten. Knolselderij-kimchi bijvoorbeeld. Of moussaka met gember. Dat soort werk. Ik ben daar zelf altijd erg van gecharmeerd en had dit lachebekje al een tijdje in mijn armen gesloten.

Toch heb ik zelf slechts 1 boek van Peter liggen en dat gaat over groente. Al in 2006 riep hij namelijk al dat groente de nieuwe ‘food heroes’ waren. Vergeet vlees; groente moet een veel grotere rol spelen, zo zegt hij in het boek. Het recept hieronder komt uit dat boek en is een typische ‘agro dolce’ – een gerecht met veel zoet en zuur. De rozijnen worden namelijk geblust met azijn. Samen met de romige blauwe kaassaus smaakt het bijzonder goed bij de gebakken witlof. Wij aten er pommes duchesse bij, maar gewoon aardappelpuree of Vlaamse frieten zouden er ook lekker bij zijn.

Kies een ovenschaal van ongeveer A4 formaat die niet reageert op het zuur van de azijn. Glas of keramiek is prima.

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen
bron: boek Vegetables – Peter Gordon
recept voor 4 personen als bijgerecht

1 grote witte ui (ik gebruikte 250 gr gewone, gele uien), in smalle, halve ringen
100 gr roomboter (je kunt iets bezuinigen, maar de boter maakt het wel erg lekker)
100 gr gele rozijnen
5 el witte wijnazijn of appelciderazijn (65 ml)
4 a 5 stronkjes witlof (ongeveer 1 per persoon)
2 tl suiker
125 ml crème fraiche (een light versie kan prima)
100 gr blauwe kaas (ik had stilton)
zout

Verhit de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Verhit een grote koekenpan en smelt de helft van de boter erin. Bak hierin de uienringen tot ze mooi bruin kleuren. Doe er dan de rozijnen bij, laat het een minuut meebakken en blus het met de azijn en een halve theelepel zout. Schep de uien in een ovenschaal en verspreid ze over de bodem.

Snijd de witlof in de lengte doormidden, maar laat het kontje eraan zitten zodat ze in de pan mooi intact blijven. Smelt de helft van de overgebleven boter (25 gr dus) in dezelfde koekenpan en leg de helft van de witlof erin met het snijvlak naar beneden. Verdeel er een theelepel van de suiker over. Bak het op middelhoog vuur tot de groente mooi bruin bakt. Je hoeft ze niet om te draaien. Als het snijvlak bruin kleurt hevel je de witlof over naar de ovenschaal, bovenop de uien, en nu met het snijvlak omhoog. Bak op dezelfde manier de andere helft van de witlof.

Als de koekenpan weer leeg is, doe je er de room en 50 ml water in, samen met de blauwe kaas. Verhit dit tot het mooi mengt en schenk de dunne saus over de witlof. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem in de oven. Bak het nog eens 30 minuten.



2 april 2018

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes



Als je nou de tijd hebt, maak dan zelf de pesto. Die is tien keer, nee honderd keer beter dan wat je kant-en-klaar in een potje koopt. Je hebt er zelfs niet echt een recept voor nodig. Als je het volgende met een keukenmachine of fatsoenlijke blender vermaalt, dan ben je er al:

1 plantje basilicum van de supermarkt, of twee handen vol met blad
1 handje amandelen of pijnboompitten (ach, andere noten kunnen ook heus wel)
stukje parmezaan (50-70 gram), geraspt
1 kleine teen knoflook
snuf zout
olijfolie

Je moet alleen even wat uitproberen met de olie: voor de salade hieronder mag de pesto vrij dun zijn (dus met meer olijfolie), zodat alles mooi bedekt wordt met een laagje. Maar soms is het lekker als de saus lekker dik en ‘chunky’ is. Bijvoorbeeld als schepje ergens bij of op.

De rest van de salade heeft zeer bekende Italiaanse smaken, en de geroosterde tomaatjes voegen beslist veel toe. Dit is een goede klassieker om te bewaren:

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes
Recept voor 4 personen

500 gr kerstomaatjes
1 el olijfolie
400 gr pasta (bv penne)
1 potje groene pesto (ongeveer 200 gr) of nog liever: zelfgemaakte pesto (zie boven)
250 gr (buffel)mozzarella, in blokjes
een ruime hand grof gesneden basilicum
1 volle tl gedroogde oregano
zout en peper naar wens

Verwarm de oven op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Leg de tomaatjes op een bakplaat, besprenkel met een beetje olijfolie en bak ze gedurende 10-15 minuten. Het is de bedoeling dat ze iets garen en openbarsten.

Kook de pasta gaar in gezouten water. Schep deze om met de pesto. Schep de tomaatjes er voorzichtig doorheen en zet het weg om af te koelen.
Wanneer de pasta afgekoeld is schep je de mozzarella, basilicum en oregano door. Breng waar nodig op smaak met zout en peper.


27 maart 2018

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus



De combinatie ligt misschien niet erg voor de hand, toch is witvis met een hartige vanillesaus vrij bekend en het schijnt vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw in Franse kookboeken te worden beschreven. Je moet nu natuurlijk niet denken aan vanillevla-zoet, want de romige saus wordt op smaak gebracht met zoute visbouillon en witte wijn, zodat het toch een erg hartige saus is. Maar de smaken blijven overal zacht: zachte kabeljauw uit de oven, romige saus en gebakken garnalen. Dit is beslist een subtiel recept dat nergens schreeuwerig wordt. Lekker met gebakken aardappel of pommes duchesse, en asperges.

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus
recept voor 3 a 4 personen
bron: gebaseerd op een recept uit de Boodschappen 5/2017

Voor de saus:
250 ml witte wijn
250 ml visbouillon gemaakt met 1 blokje voor een ½ liter bouillon
1 vanillestokje
250 ml kookroom
1 opgehoopte tl maïzena

Verder:
750 gr kabeljauw, verdeeld in porties
boter of olie voor de ovenschaal
200 gr grote garnalen, gepeld (of alleen met staart)
snufje milde paprikapoeder
klein handje gesneden bieslook


Voor de saus verhit je de wijn en bouillon in een kleine pan. Snijd het vanillestokje in de lengte door en leg het erbij. Kook het vocht in tot je ongeveer 200 ml over hebt. Schenk de kookroom erbij en laat het nog eens 10 minuten zachtjes pruttelen. Schraap het merg uit het vanillestokje en doe dit bij de saus. Het stokje mag nu weg. Tenslotte roer je de maïzena los met een scheutje koud water en voeg dit toe aan de saus om te binden.

Verhit ondertussen de oven tot 200 graden (of 180 gr hetelucht). Vet een ovenschaal in en leg de kabeljauw erin. Bestrooi met zout. Bak de vis in de oven gedurende ongeveer 10 minuten. Dunne stukken zijn waarschijnlijk eerder gaar.

Ondertussen bak je de garnalen in enkele minuten in een koekenpan. Garnalen die al gaar zijn bak je natuurlijk maar kort; rauwe exemplaren bak je gaar. Bestrooi ze met wat paprikapoeder.

Serveer de kabeljauw met wat garnalen en de saus. Bestrooi met bieslook.
Ook lekker met gebakken aardappel, of zoals wij hadden, pommes duchesse.



23 maart 2018

Engelse krentenbroodjes - hot cross buns


Het recept voor scones doet het hier op het blog altijd erg goed gedurende de paasdagen. Blijkbaar vinden jullie ze goed bij de paasbrunch passen. Maar als je nou echt een Engels paasrecept zoekt, dan moet je bij de ‘hot cross buns’ zijn, welke traditioneel op Goede Vrijdag worden gegeten. En in Engeland houden ze wel van een traditie, want het schijnt dat de eerste bolletjes met een kruis erop al in de 14e eeuw werden gebakken in St Albans Abbey. Zeker is in ieder geval dat de hot cross buns al in de 16e eeuw worden genoemd. En terwijl ze vroeger alleen met Pasen mochten worden gegeten, vind je ze tegenwoordig gewoon het hele jaar in de Engelse supermarkt.


De kruizen worden hier met een simpel bloempapje gemaakt, maar je zou ze ook van een dik suikerglazuur kunnen maken (als ze zijn afgekoeld uiteraard!) En als je geen piment wilt kopen voor dat ene snufje dat je nodig hebt, dan vervang je het maar met nootmuskaat. Daar kom je wel mee weg…

Hot cross buns
recept voor 12 bolletjes
bron: Tip Culinair 4/2004

500 gr bloem
75 gr roomboter
3 el poedersuiker
1,5 tl zout
1 tl kaneel
¼ tl pimentpoeder
¼ tl nootmuskaat
2 zakjes gedroogde gist (a 7gr)
1 ei
ongeveer 250 ml melk
125 gr rozijnen

voor de kruizen:
100 gr bloem

voor het glazuur:
4 el melk
2 el (poeder)suiker

Doe de bloem in een kom en wrijf de koude boter erdoor tot een rul mengsel. Meng het met de rest van de ingrediënten, behalve de rozijnen, tot een soepel deeg. Meng er zoveel melk door als nodig is om een soepel brooddeeg te kneden. Kneed er tenslotte de rozijnen door. Zet het deeg nu 30 minuten afgedekt weg op een warme plek.

Verdeel het deeg daarna in 12 stukken en vorm er bolletjes van. Leg ze op een bakplaat, dek af met folie of een theedoek en laat het 1 uur op een warme plek rijzen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht). Maak het deeg voor de kruizen: meng de bloem met wat water tot een dik vloeibaar deegje. Het moet zo dik zijn dat het netjes op de bolletjes zal blijven liggen; eigenlijk een soort heel slap brooddeegje dus. Doe dit in een klein spuitzakje of gewoon een stevig diepvrieszakje waar je een puntje afknipt. Spuit hiermee een kruis op de bolletjes. Bak de broodjes daarna gedurende ongeveer 20 minuten goudbruin.

Verhit ondertussen de melk voor het glazuur in een steelpan en voeg de suiker toe. Los de suiker op en laat de melk 2 a 3 minuten zacht koken om het iets stroperig in te koken. Wanneer de bolletjes uit de oven komen, bestrijk je ze met een kwastje met het glazuur.

Eet de bolletjes het liefste dezelfde dag op.